07 okt 2017
oktober 7, 2017

Liturgische veranderingen

Gebed om vergeving.

Van sommige gastpredikanten was u het al gewend, een gebed om vergeving aan het begin van de dienst. Gebed om vergeving heeft altijd plaats in de eredienst, meestal benoemde ik het in het gebed voor de schriftlezing. In overleg met de kerkenraad heb ik besloten om ook een apart gebed om vergeving of schuldbelijdenis te gaan doen aan het begin van de dienst. Gastpredikanten laten we hier vrij in.

 

Er is een aantal redenen om dit te gaan doen.

  • Dit is ook de volgorde die Calvijn hanteerde. Het is een volgorde die aansluit bij de kerk van alle eeuwen. In de Rooms-Katholieke liturgie wordt ook begonnen met een schuldbelijdenis, het kyrië.
  • Als we als gemeente samenkomen wordt helemaal in het begin al duidelijk wat het karakter is van de eredienst, we belijden dat onze hulp is in de naam van de Here. We zijn samen voor Gods aangezicht en in zijn tegenwoordigheid, en dan volgt de groet: genade en vrede zij u. Wij groeten elkaar met de genade en vrede die de drieënige God ons belooft. Maar met dat we dat doen wordt ook duidelijk dat wij die genade en vrede niet verdienen en dat ook in onze daden en woorden wij niet geleefd hebben naar deze genade en vrede. En daarom: na de groet van genade en vrede, het gebed om vergeving.       Pas als je in een donkere kamer het licht aan doet zie je dat het vuil is en er schoongemaakt moet worden. Pas als het licht van Gods genade en vrede aan gaat, zien we dat we vuil zijn en gereinigd moeten worden door God in Jezus Christus. Dit bidden om vergeving doen we niet in wanhopige onzekerheid, maar we mogen dit doen met vertrouwen (Hebr 4:16) dat God ons wil vergeven. Dat zal de voorganger na het gebed om vergeving dan ook zeggen en vervolgens zingen wij een loflied om God te danken om zijn liefde.
  • Daarna volgen de geboden uit Exodus of een ander gedeelte. In dankbaarheid voor de genade en de vrijheid van schuld die Christus ons schenkt mogen het opnieuw proberen, nl. te leven aan de hand van Gods geboden als richtsnoer voor een goed leven. God dienen is concreet in het leven van elke dag, daar proberen die geboden ons op te wijzen. Natuurlijk, wij leven onvolkomen en met vallen en opstaan, met dagelijks gebed om vergeving, maar tegelijk in het vertrouwen dat God ons onze gebrekkigheid niet aanrekent en dat wij Hem mogen dienen. Dit denken over de wet kom je tegen in belangrijke geschriften van de kerk, bijv. in de Heidelbergse Catechismus, daar komt de wet vaker ter sprake, maar wordt uiteindelijk besproken onder de dankbaarheid en in de wijziging van de liturgie komt dit beter naar voren.

 

Misschien denkt u wel, dat maakt allemaal niet zoveel uit die volgorde. Maar de liturgie is het huishouden van de gemeente. Als we iemands huis binnenkomen kunnen zien we wat mensen mooi vinden of belangrijk, waar ze in geloven en waar ze belang aan hechten. Een gezin dat ondanks de drukte probeert om met elkaar te eten, geeft daarmee aan dat ze elkaar willen spreken en niet langs elkaar heen willen leven. Iemand met een Ajaxposter op de kamer, daarvan kun je aannemen dat diegene Ajaxfan is. Iemand die een kat heeft lopen daarvan kun je aannemen dat diegene een dierenvriend is. Zo kun je in het huishouden van de kerk, de liturgie ook iets aflezen waar deze mensen bij elkaar op zondag in geloven en hoe ze over God denken. Liturgie laat iets zien. Er is een balans tussen eerbied en vreugde, er wordt gesproken over Gods liefde en genade, maar dat kan niet zonder ook te spreken over wat er mis met ons mensen is. Liturgie laat iets zien. Dat is ook voor andere zaken goed om in ogenschouw te nemen. Als de dominee er een rotzooi van maakt, dan kan het misschien een keer zijn uit drukte of iets anders onschuldigs, óf dat er geen eerbied is voor de Schrift. Wat vertelt het anderen over wat wij met elkaar geloven en denken over God als wij nieuwe mensen niet groeten, of elkaar negeren, of heel de tijd op de mobiel zitten in de kerk? Natuurlijk het kan onschuldig zijn, een slechte dag enzovoort, maar als het structureel is, is er iets mis.

 

Lied van de maand.

De kerkenraad heeft besloten om een lied van de maand in te voeren met het oog op de kinderen, maar natuurlijk ook voor onszelf. Voordat de kinderen naar de kindernevendienst gaan zingen we dit lied. Een maand lang zingen we dit lied in de hoop dat het bekender wordt voor hen en ze het zo langzaam aanleren. Het is goed om liederen te leren en vertrouwd ermee te raken, dat is een verrijking voor het geloofsleven. Om wat voor liederen gaat het dan? Eenvoudige liederen en psalmen uit het liedboek en soms ook daarbuiten. Bijvoorbeeld psalm 121:1 of in de kersttijd In Bethlehem’s stal. Tips voor liederen zijn overigens welkom.

 

Amen

Als kerkenraad willen we graag een keer experimenteren met een ander gezongen Amen na de zegen. In een dienst waarbij een gedrukte liturgie aanwezig is in verband met het notenvoorbeeld, zullen we dit Amen een keer proberen. Als we dit een keer geprobeerd hebben zouden we graag uw reactie hierop vernemen.

 

Ds. G.J. van Meijeren